| Opel Insignia wint Middenklasserstest (26-10-2010)
|

 |
In de autowereld hoor je om de haverklap het marketingwoord 'premium'. Nu is het weer de nieuwe Volvo S60 die zich volgens zijn makers schaart tussen de gevestigde premiumorde.
Wat hebben de Grote Drie uit Duitsland – Audi, BMW en Mercedes – te duchten van de nieuwe Zweedse middenklasser? En hoe komen de Ford Mondeo en de Opel Insignia uit de strijd? |
|

|
Nederland is een Volvo-land. De auto’s van het Zweedse merk verkopen bij ons goed. Vandaar dat de komst van de nieuwe S60 hooggespannen verwachtingen met zich meebrengt. Volvo denkt hier goede zaken met de auto te kunnen doen, en dan eigenlijk met name met de V60, de Estate-versie van de S60. Die is op dit moment nog niet leverbaar, maar de eerste kilometers hebben we intussen met de V60 gereden. Volvo wil met de nieuwe S60 graag hogerop. De auto moet de strijd aangaan met de Audi A4, de BMW 3-serie en de Mercedes C-klasse, de drie middenklassers waarop een premiumsticker is geplakt. Dat woord ‘premium’ heeft een magische klank in de autowereld, want de marketeers van Volvo gebruiken het veelvoudig om de nieuwe S60 het nodige aanzien te verschaffen. Opel is op zijn beurt net zo goed van mening dat de Insignia aanspraak maakt op het label ‘premium’. En ja hoor, Ford maakt zich er ook schuldig aan, door te verkondigen dat het interieur van de Mondeo een premiumgevoel bij je oproept. Overigens heeft Ford net de vernieuwde Mondeo gepresenteerd, die een iets andere gedaante heeft en met nieuwe motoren wordt geleverd. Premium betekent bij Audi, BMW en Mercedes ook een prijskaartje waarop een ‘premium’ bedrag staat. Wat dat aangaat houden Ford en Opel zich meer gematigd, maar Volvo heeft er wel voor gekozen om met de prijsstelling van de nieuwe S60 boven het gemiddelde te gaan zitten. De S60 is hoger geprijsd dan de Mondeo en de Insignia, maar zit nog wel onder de Audi A4, de BMW 3-serie en de Mercedes C-klasse. Wat krijg je daarvoor terug? We gaat het uitzoeken in een uitgebreide vergelijkende test.
|
|
IN-/EXTERIUR
De mondeo is veel ruimer dan zijn premium-concurrenten.
Passieve en actieve veiligheid zijn traditioneel sterke punten van Volvo. Daaraan is de nieuwe S60 niets veranderd. Standaard en optioneel levert Volvo een groot aantal veiligheidsvoorzieningen, zoals BLIS dodehoekwaarschuwing, City Safety emt een noodstopfunctie en adaptieve cruise control dat waarschuwt wanneer de afstand tot de auto voor je te klein wordt. Nieuw is voetgangersdetectie, dat de bestuurder waarschuwt voor naderend gevaar en automatisch met een noodstop ingrijpt als die niet reageert. Hoewel de Volvo op veiligheidsgebied uitstekend soort, bieden de BMW, de Mercedes en de Opel een krachtig weerwoord. Die auto’s zijn zelfs nog completer dan de Volvo op veiligheidsgebied en scoren zodoende meer punten. Waaruit ook naar voren komt dat Volvo enkele opties niet aanbiedt. Banden met noodloopeigenschappen of zijairbags achterin, bijvoorbeeld.
De beschikbare binnenruimte is in de Volvo maar zo-zo. Door het lage, sterk aflopende dak maakt de S60 een krappe indruk. Voorin slokt de fraaie, hoekige middenconsole veel ruimte op. De Ford Mondeo laat zien hoe het beter kan; zijn interieur is veruit het ruimste van alle zes de testauto’s. De Ford valt in dit hoofdstuk eigenlijk op geen enkele manier door de mand en schrijft de eerste testronde op zijn naam. De Audi geeft de Ford echter weinig voorsprong. De A4 is achterin minder ruim, maar de afwerking van het interieur en het bedieningsgemak staan op een hoger niveau. De Mercedes en de BMW laten punten liggen vanwege de beperkte binnenruimte, de Opel staat qua afwerking en bouwkwaliteit niet op gelijke voet met de Duitse premiummodellen. De Gord Mondeo trouwens ook niet.
|



|
|


|
COMFORT
De Audi en de Opel hebben veel veercmofort te bieden.
Op comfortgebied levert de Opel echter verassend goede prestaties. Het optionele FlexRide-onderstel (900 euro) weet uitstekend raad met het enorme aantal kuilen, hobbels en gaten dat het martelparcours van onze testbaan kenmerkt. Maar ook op een egale ondergrond rolt de Insignia soepel en stil over het wegdek. Daarnaast zitten de optionele sportstoelen (475 euro) helemaal top. Ook de Mercedes en de Audi hebben een uitstekend veercomfort te bieden. Met de maximaal toegestane lading aan boord, heeft het onderstel van de A4 het minste last van alle kilo’s. Overigens zijn de geteste Audi en Mercedes allebei voorzien van speciale, optionele stoelen. De multicontourstoelen van de C250 (570 euro) en de sportstoelen van de A4 (1007 euro) zijn hun meerprijs dubbel en dwars waard.
Hoewel niet onaangenaam, is het onderstel van de BMW erg hard geveerd. Ook de geteste 326i is voorzien van optionele sportstoelen , waarvoor de dealer 775 euro in rekening brengt, maar waarvoor de extra investering makkelijk te verdedigen is. In de Ford Mondeo klinken opvallend veel rijgeluiden door en staat het veercomfort op een lager niveau. Op een slechte weg heeft de vering de neiging om door te slaan. Het Individual-pakket (4500 euro) bestaat onder meer uit speciale lederen bekleding, maar die maakt de stoelen nogal glad. Daarnaast is de zitpositie te hoog.
DE Volvo laat twee verschillende beelden zien. Het onderstel heeft geen enkele moeite met korte oneffenheden en dwarsnaden in het wegdek, maar wanneer de gaten en hobbels in het asfalt meer vergen van de wielophanging, raakt de S50 van zijn stuk. Voorin word je dan stevig door elkaar geschud. De met optioneel leer beklede stoelen (1455 euro) zien er prachtig uit, maar bieden in een snelle bocht onvoldoende zijdelingse steun. Daardoor moet je jezelf al bij een lage snelheid schrap zetten om niet uit de stoel te glijden.
|
|
MOTOR/TRANSMISSIE
Het credo luidt ‘downsizing’, maar de grootste motor is het zuinigst.
Je zou het etikettenbedrog kunnen noemen: De BMW 325i en de Mercedes C 250 CGI hebben een ander slagvolume dan hun typeaanduiding doet vermoeden. De BMW heeft een atmosferische drieliter zes-in-lijn, de Mercedes wordt aangedreven door een 1,8-liter viercilinder met turbo. Beide motoren hebben directe benzine-injectie, net als de viercilinder turbomotor van de Auti, de Ford en de Volvo. De Mondeo en de S60 delen hun kloppend hart; de 203 pk sterke vierpitters met variabele klepetiming zijn identiek. Ford levert de EcoBoost-motor alleen in combinatie met een PowerShift-transmissie, Volvo biedt naast deze zesbad met dubbele koppeling ook de keuze uit een handgeschakelde zesbad. De Opel Insignia wordt aangedreven door een tweeliter turbomotor met 220 pk en is daarmee de krachtigste auto in deze test. De motor profiteert echter niet van verbruiksverlagende directe inspuiting.
Op de sprint zijn de vierwielaangedreven Audi, de krachtige Opel en de BMW met zijn achterwielaandrijving aan elkaar gewaagd. De 325i komt niet aan de opgegeven 6,7 seconden, maar met 7,2 tellen blijft hij inde schaduw van de Audi (6,7 seconden). Ook de Volvo komt niet aan de fabrieksopgave en is met 7,7 seconden zestiende tel langzamer. Maar niet alleen op de metingen blijft de door Volvo en Ford gebruikte EcoBoost-motor achter op de anderen. Boven de 3000 toeren per minuut maakt hij krachteloze indruk en het gemiddelde testverbruik van beide auto’s komt niet in de buurt van de beloofde waarden. Met 11,1/100 km (1 op 9,0) voor de Ford en 10,3 1/100 km (1 op 9,7) voor de Volvo vormen beide auto’s de achterhoede. De BMW is juist verrassend zuinig, met en gemiddelde testverbruik van 8,2 1/100 km (1 op 12,2). De zescilinder bouwt zijn krachten prachtig op, vanuit stationair toerental tot aan het rode gebied. De zesbak is perfect op het karakter van de motor afgestemd en schakelt met veel gevoel.
De kleinste motor van het testgezelschap, die van de Mercedes C 250 CGI, laat zich van zijn beste kant zien. De viercilinder en de standaard vijftraps automaat zijn een geslaagd koppel. Ook wanneer je de S-knop bij de keuzehendel van de automaat hebt ingedrukt blijft deze soepel en vrij van hinderlijke schokken van versnelling wisselen. De turbomotor van de Audi reageert alert op de bewegingen van het gaspedaal en levert al bij 1500 toeren per minuut zijn maximum koppel van 350 Nm. Het kost wat meer spierkracht om de versnellingen in te leggen dan in de BMW, maar de bak van de A4 is absoluut een topproduct. De versnellingsbak van de Opel kenmerkt zich door lange slagen van de pook en een onnauwkeurige geleiding door het schakelpatroon. De tweeliter turbomotor van de Insignia heeft last van een klein turbogat, waardoor de reacties op het gaspedaal steeds even op zich laten wachten. Met een gemiddelde van 9,7 1/100 km (1 op 10,3) is het testverbruik nog net acceptabel. De motor loopt rauw en dat kost hem punten, maar dit verlies wordt goedgemaakt door de actieradius. De standaard PowerShift-transissie met dubbele koppeling van de Ford Mondeo SCTI vraagt vanuit stilstand een gedoseerde gasvoet, om een al te abrupt vertrek te voorkomen. De bak kiest zijn schakelmotoren niet goed en moet af en toe nadrukkelijk aangespoord worden om tot actie te komen. De PowerShift is ook met de hand te bedienen, waarin de motor gebruik kan maken van zijn gehele toerenbereik, tot aan de begrenzer.
|
|
RIJEIGENSCHAPPEN
De Opel remt het beste, de BMW is het snelste op het circuit.
Ook in dit hoofdstuk bewijst de Opel zijn talenten. De Insignia heeft met koude schijven en banden maar 34 meter nodig om vanaf 100 km/h helemaal tot stilstand te komen. De remmen van de Audi en van de BMW doen daar niet heel veel voor onder, maar laten zich in het dagelijks gebruik wel beter doseren. Alleen de Ford Mondeo heeft een remweg van meer dan 37 meter, zowel tijdens de eerste noodstop met koude remmen als tijdens de kort daarop volgende noodstops met opgewarmde schijven. De Insignia komt op de slalom verrassend voor de dag, wat mede te danken is aan zijn optionele 18-inch wielen met brede 245/45-banden (1150 euro). De Audi reageert met een uitbrekende achterkant op lastwissels, waarop het uitgeschakeld ESP al vroeg geanticipeerd moet worden. De BMW, de Ford, De Opel en de Volvo reageren op de grens zo mak als een lammetje.
De Mercedes valt met een flinke dosis gas wel te bewegen tot het betere driftwerk, maar in lange, snelle bochten ligt hij enorm stabiel op de weg. Dat schept vertrouwen. Ook in rechte lijn is de C 250 CGI onverstoorbaar koersvast. Hoewel zijn automaat langzaam schakelt, is het toch mogelijk om met de Mercedes een goede rondetijd op het testcircuit neer te zetten.
Zoals verwacht noteert de BMW de snelste rondetjid. De 325i heeft een perfect uitgebalanceerde wegligging en een uitstekende tractie. Wel vraagt de zeer directe besturing de nodige gewenning. De Audi en Opel komen dicht in de buurt van de snelste rondetijd. De A4 heeft met zijn quattro-aandrijving een uitstekende tractie, maar door zijn ‘losse’ achterkant worden op het onderdeel ‘rijveiligheid’ wel wat punten in mindering gebracht. Op het circuit put de Opel voordeel uit zijn krachtige motor en het adaptieve FlexRide-onderstel. Wanner je de Sport-knop hebt ingedrukt, reageert de motor vlotter op het gaspedaal en wordt de besturing minder sterk bekrachtigd. Het enige waar de Insignia in volle vlucht door gehinderd wordt, is de overijverige remassistent die het gedoseerd aanremmen voor een bocht soms bemoeilijkt. Het onderstel van de Volvo S60 is afgestemd op dynamiek, waardoor de auto zich nauwkeurig door de bocht laat sturen. De auto biedt meer rijplezier en heeft een betere tractie dan de Gord, waarmee hij een groot deel van zijn ondersteltechtniek deelt. De Mondeo krijgt al bij een lage snelheid last van onderstuur, waardoor hij in bochten veel snelheid verliest. Storende lastwisselreacties zijn hem echter vreemd. Op het testcircuit verliezen de Volvo en de Ford toch de aansluiting met de overige vier auto’s.
 
|
|
MILEU/KOSTEN
De Opel Insignia speelt zijn troefkaart uit: zijn prijs.
In dit hoofdstuk kunnen grote verschillen genoteerd worden tussen de auto’s met een premium-etiket (Audi, BMW, Mercedes) en de auto’s die daar volgens de marketeers aanspraak op maken (Ford, Opel, Volvo). De Mercedes en de vierwielaangedreven Audi zijn veruti de duurste auto’s in deze test, op de voet gevolgd door de BMW. Het prijsverschil tussen de geteste C 250 CGI en de Opel Insignia die wat opties is voorzien van invloed zijn op de puntentelling van deze test (sportstoelen, FlexRide-onderstel, 18 inch wielen), bedraagt een kleine 13.000 euro. Een flinke som geld, die de Opel meteen een grote voorsprong oplevert.
En die voorsprong geeft hij niet meer uit handen. De Volvo S60 zit prijstechnisch tussen de wal en het schip; hij is minder duur dan de Duitse premium0modellen, maar is een kleine 3400 euro duurder dan de Opel. De geteste Ford Mondeo is voorzien van een Individual-pakket, waarvan de speciale lederen bekleding zorgt voorextra punten op het onderdeel ‘afwerking’ en de meerprijs van 4500 euro zodoende meegerekend wordt in het eindoordeel. Wat verder opvalt is de goede score van de Opel op afschrijvingsgebied. In procenten zijn de BMW, de Mercedes en de Volvo het meest waardevast, maar vanwege zijn lagere aanschafprijs heb je in absolute zin – over 80.000 kilometer in 4 jaar – minder af te schrijven op de Opel. Een ander opmerkelijk feit is het enorme verschil tussen de optieprijzen die de merken rekenen. Voor bijvoorbeeld metallic lak ben je bij Audi en BMW veel duurder uit dan bij Opel. Dat is blijkbaar de rekening van het ‘premium’-zijn.

Het prachtige interieur van de Insignia
|
|
CONCLUSIE
Verrassend: de Opel Insignia 2.0 Turbo wint deze test. Hoewel de overwinning ook niet uit de lucht komt vallen, want de auto wordt aangedreven door een krachtige motor, biedt veel comfort en laat op het testcircuit – met dank aan het optionele FlexRide-onderstel – zijn dynamische talenten zien. Waarmee de Insignia vooral veel punten verzamelt, is zijn prijs. Het laatste hoofdstuk geeft in deze test de doorslag. De voorsprong van de Insignia is echter niet root, want het verschil met de Audi bedraagt slechts 15 punten. De A4 is nog iets comfortabeler en heeft een fijnere aandrijflijn, maar kost ook een bom duiten meer. De BMW 325i wordt derde dankzij zijn aangename, zuinige motor. De Mercedes staat op de vierde plaats. De auto heeft een zeer uitgebalanceerd karakter en ondanks zijn kleine motor levert hij prima prestaties. Zijn hoge prijs staat de C 250 CGI een hogere klassering op de weg. Tot slot de Volvo S60 en de Ford Mondeo. De Volvo heeft een dynamisch karakter, maar zijn aandrijflijn weet niet te overtuigen. Hetzelfde geldt voor de Ford, die zijn motor met de Volvo deelt. De facelift die voor de Mondeo op stapel slaat, komt geen moment te vroeg.
|
| |
|
| |
|
Terug naar nieuwsoverzicht
|
|